S T A N N E
DE ONDERNEMENDE DROP-OUT
Zijn verhaal
Omdat mijn ouders al vroeg scheidden, groeide ik op tussen vele huizen. Ik werd een vrolijke plantrekker, ik droeg ‘thuis’ gewoon met me mee. Dat ik op mijn negentiende een eigen zaak zou starten, stond niet in de sterren geschreven. Integendeel. Als fotografiestudent op een Brusselse middelbare school was de vraag eerder: ‘Welke weg binnen de kunsten sla ik in?’.
Het werd Product Design in Genk, een studie die het midden beloofde tussen theorie en vakmanschap. Maar oei, wat miste ik er de ambacht! De uitdaging was ver zoek. Om mezelf meer uit te dagen en om bij te verdienen, werkte ik af en toe bij BottlO, een Hasseltse wijnbar. Toen de zaakvoerder op een dag aankondigde dat hij ermee stopte, floepte ik eruit: “Ik zal het overnemen!” Het was als grap bedoeld, maar dit zinnetje had in mijn hoofd iets in gang gezet.
Stoppen met school, dus geen diploma? Ik begon boekhouders af te struinen. ‘Als je alles zelf doet - sommelier, chef én gastheer zijn - is het een haalbare kaart.’ De instapkost was laag en dankzij vele studentenjobs in restaurants en een kleine erfenis had ik al wat gespaard. Was het een doordachte keuze voor zo’n jonge knaap? Noem het ‘fear of missing out’, ik waagde de sprong. De naam BottlO bleef, de rest gooide ik om. Omdat ik er al gewerkt had, wist ik waar de vorige eigenaar op vastgelopen was.
Ondernemen zit niet in mijn bloed. Wel leerden mijn ouders me hoe je iets neerzet. ‘Doe iets, dan wordt het iets.’ Dat bewezen ze toen ze samen een Freinetschooltje oprichtten dat vandaag nog steeds bestaat. Mijn vader trok ook als theatermaker met jongeren het land rond en mijn moeder werkte als kunstenares. Woeste wereldverbeteraars, allebei. Zo ver wil ik niet gaan, maar hun gedrevenheid draag ik mee.
De voorbije jaren verdiepte ik mij in de wereld van natuurwijnen. Ook mijn liefde voor kwaliteitsproducten is groot. Maar ik wil niet die belerende koppigaard zijn die ‘eens zal vertellen hoe het zit’. Als ik eerlijk en enthousiast ben over de wijnen en de seizoensgebonden bordjes die ik serveer, is er een vonk en zijn de mensen mee. Kleine stappen zetten in deze grote wereld, daar ga ik nog lang mee door.
Stanne en ik
Lente vorig jaar. Voor het Limburgse magazine Gast portretteerde ik Stanne, een goedlachse jongen van negentien. Hij poseerde met zijn handen vol wijnflessen voor BottlO, het zaakje dat hij zopas had overgenomen. De grote ramen in de voorgevel waren nog dichtgeplakt met krantenpapier, maar hij leek er gerust in: het kwam helemaal goed met die grote opening.
En het kwam goed. Sterker nog, zo blijkt een jaar later: Stanne gaf BottlO een nieuw elan.
Stanne heeft het zelfvertrouwen van iemand die al veertig jaar weet wie hij is en wat hij wil. Om jaloers op te zijn, geef ik toe. “Een oude ziel in een jong lichaam”, beaamde mijn zus die ook in de horeca werkt. “En zijn kennis over natuurwijnen? Al te zot. Nog geen twintig is hij!”
Dat gaf de doorslag om deze Gen Z’er te interviewen voor mijn reeks.
Op een dinsdagmiddag stond hij voor mijn deur, innemend, klaar voor een lang gesprek. In mijn schriftje noteerde ik woest mee omdat hij alles zo mooi verwoordde: over wijn, mensen, filosofie en ondernemerschap. In de studio bleek hij meegaand toen ik hem plaatste voor oranje, knalroze en blauw papier. “Kleuren passen niet echt bij mij”, zei hij onomwonden, “maar ik vind het wel tof.”
Misschien is dat wel zijn grootste talent: weten wie je bent zonder star te worden. Openstaan voor nieuwe ideeën zonder jezelf te verliezen. En dat verklaart wellicht waarom deze Haachtse jongen zo moeiteloos door de Limburgers wordt omarmd .

