A I K O & R O B Y N
DE FIETSENDE TWEELINGZUSSEN
Hun verhaal
Aiko: In onze familie is er, op één snowboardende tante na, werkelijk niemand sportief. Robyn en ik ontdekten bij toeval dat we goed konden fietsen. Naast onze basisschool lag namelijk een BMX-parcours. Wij, ‘de wilde tweeling’, waren er niet weg te slaan. In de derde kleuterklas sloten we ons aan bij de club. We trainden graag en wonnen bijna alles.
Robyn: ‘Hier zit iets in’, moeten onze ouders gedacht hebben. Ze kochten een mobilhome en voerden ons bijna elk weekend door heel Europa naar juniorwedstrijden. We hadden een intense, maar fantastische jeugd. We werden elk eens wereldkampioen en pakten meerdere Europese titels. Alles stond in het teken van onze sportcarrière, maar we wilden niets liever.
Aiko: Jarenlang volgden we hetzelfde traject. We waren even sterk, even snel, altijd aan elkaar gewaagd. Toen we zeventien waren, kantelde dat. Robyn werd een paar keer niet geselecteerd voor het WK en kreeg mentale blokkages. Bij mij liep het net steeds beter. Ik werd een nog grotere durfal en ging rijden voor een Amerikaans team.
Robyn: Het is bijzonder om met je tweelingzus dezelfde sport uit te oefenen op dat niveau. Toen we jonger waren, was er wat rivaliteit. Het was altijd één van ons die won, de ander die verloor. Maar sinds we voor verschillende teams fietsen, moedigen we elkaar echt aan. Als Aiko zegt dat ik het wél kan, geloof ik haar. En ik ben haar grootste supporter. Vorig jaar stond ze op de Olympische Spelen. Ik glom van trots!
Aiko: We zijn nu 21 jaar en denken ernstig na over onze toekomst. Mijn droom? De elite halen, een profcontract tekenen en nog drie keer deelnemen aan de Olympische spelen. Intussen studeer ik Communicatie. Altijd handig om ook een diploma op zak te hebben.
Robyn: Ik ben verliefd geworden op een Colombiaanse BMX-er. Ik pendel tussen Aarschot en Medellin, maar uiteindelijk wil ik ginds gaan wonen en daar mijn sportcarrière verder uitbouwen. Onze parcours veranderen, maar we blijven één team, onafscheidelijk.
Aiko en ik
Dat mijn student Aiko Gommers sport op torenhoog niveau, ontdekte ik pas toen het eerste semester bijna om was. ‘Ik BMX heel graag’, zei ze alsof ze het over een hobby’tje had. De filmpjes op Youtube en Instagram vertelden iets anders. Aiko, de stille leerling met een sportstatuut, die af en toe een les miste maar haar deadlines altijd haalde, bleek een durfal te zijn, een waaghals, een snelheidsduivelin.Toen ze op het einde van dat academiejaar naar de Olympische Spelen mocht, duimden we allemaal.
Na die zomer ontdekte ik wéér iets nieuws: Aiko heeft een tweelingzus die precies hetzelfde doet. “Ja, Robyn BMX’t ook. Ze was ook al eens wereldkampioen.” Toen ik vroeg waarom ze hier zo weinig over deelt, had ze haar schouders opgehaald. “Ik vind het prettiger dat mensen mij als Aiko leren kennen, niet als ‘die van die sport’.”
Vorige week klopten ze bij me aan. Robyn zag ik voor het eerst. “Wat lijken jullie op elkaar”, floepte ik eruit. Maar tijdens ons gesprek en later de shoot, werd het duidelijker: twee verschillende jonge vrouwen, elk met hun eigen energie, hun eigen blik, hun eigen verhaal. Maar onmiskenbaar één team.
Aiko en Robyn zijn jonge mensen die grootse dingen doen, maar er niet mee uitpakken. Precies daarom verdienen ze een plek in deze reeks.

